6 april 2020

 

Het prachtige voorjaarsweer van deze tijd ervaar ik als een steun in de rug voor ieder die – al dan niet verplicht – zijn of haar tijd binnenshuis, op balkon of in de tuin doorbrengt. Het is natuurlijk veel prettiger als je kunt doen en laten wat wilt. Maar stel je toch voor dat de maatregelen van nu zouden vallen in de winter, met korte, donkere dagen en daarbij ook nog eens veel regen. Hoe zwaar zou dat zijn!

Toch voelt het voor sommigen als een scherp contrast: zulk mooi weer en dan zoveel ellende in de wereld rondom ons. Dat past toch niet! Je kunt je afvragen of we daarmee zeggen dat we lang voorbij hebben gekeken aan de ellende in de wereld. Want die is er al heel lang, ook al is die niet gelijkmatig over de continenten verspreid. Realiseren wij ons dat we in ons land horen bij dat kleine percentage wereldbewoners dat de laatste 75 jaar niet te maken heeft gehad met oorlog, met honger, met onderdrukking van hogerhand of met racisme op grote schaal?

Deze voor velen in de wereld ongekende luxe lijkt door te werken in ons geloofsleven. We zijn er zo aan gewend dat eigenlijk alles wat we willen ook gerealiseerd kan worden, dat we zelfs van God verwachten dat Hij zijn grote liefde voor ons altijd – hier en nu – laat voelen. Als dat eens een poosje anders is, dan voelen we ons leeg en alleen, en kan het zo maar zijn dat we ons afvragen of Hij er werkelijk wel is.

Het beeld van een pastorale God die altijd nabij is en ons een aai over onze bol geeft, heeft zeker zijn basis in de Bijbel. Denk maar aan Psalm 23 over de Goede Herder. Maar kent u ook de Psalm die daaraan voorafgaat? Die begint met de klacht: Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? Woorden die Jezus in de mond nam toen hij op z’n dood wachtte – hangend aan dat lugubere martelwerktuig: het kruis. Was God er toen (even) niet? Of was er geduld nodig, om ons te laten zien dat de ellende die Jezus door mensen werd aangedaan, wel degelijk door God is gezien?

Ja, meer dan dat! In reactie op de ellende die zijn Zoon Jezus is aangedaan, heeft God een ongekende wending tot stand gebracht! Zoals staat in Filippenzen 2: Jezus​ ​Christus​ is ​als mens verschenen, heeft zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het ​kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van ​Jezus​ elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus​ ​Christus​ is ​Heer,’ tot eer van God, de Vader (7-11).