27 april 2020

Koningsdag in corona-tijd

Het Latijnse woord corona betekent krans of kroon. In veel culturen is de kroon één van de meest kenmerkende attributen van de koning. Het plaatsen van een kroon op iemands hoofd (‘kroning’) betekent het begin van zijn koningschap. Toch is dat in Nederland anders. Koning Willem Alexander is in 2013 niet gekroond, maar beëdigd en ingehuldigd in een openbare Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal in de hoofdstad Amsterdam. Dat heeft te maken met de erfopvolging. Onze nieuwe Koning is in functie vanaf het moment dat zijn voorganger overlijdt of troonsafstand doet. Volgens onze Grondwet moet hij daarna wel zo snel mogelijk worden beëdigd en ingehuldigd.

Sinds het uitbreken van de coronacrisis heeft het woord corona voor mij een dubbele betekenis. Als teken van koninklijke waardigheid is het iets moois, maar als naam voor een familie van virussen die de gezondheid van mensen en ook dieren in gevaar brengt, is het iets heel negatiefs. Maar zo’n dubbele betekenis kennen we eigenlijk al veel langer. Denk aan de doornenkroon die de soldaten voor Jezus vlochten. De kroon van doorntakken lijkt op een lauwerkrans. Zo’n krans werd gedragen door koningen, en was een symbool van de overwinning op de vijanden. Maar Jezus kreeg een krans van doorntakken. Dat was natuurlijk het tegenovergestelde van een mooie groene overwinningskrans! Zo kunnen op zich mooie symbolen in hun tegendeel worden gebruikt.

En kan dat dan ook weer andersom? Kan alle ellende die veroorzaakt wordt door het huidige coronavirus ook iets positiefs of goeds in beweging zetten? Duidelijk is dat veel mensen zich meer bewust zijn geworden van het belang van contact met medemensen. De gezelligheid, het samen zijn en het samen dingen doen worden in deze tijd gemist. Dat doet denken aan een uitspraak in het begin van de Bijbel: God, de Heer, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past (Genesis 2:18). Zou één van de leermomenten van de coronacrisis kunnen zijn dat de grote concentratie op het individu weer gaat verschuiven naar het belang van het grotere geheel van de samenleving? Dat we – om het in bijbelse termen te zeggen – samen één kudde vormen, waarvan de schapen ​ zullen fonkelen als edelstenen in een ​kroon? (Zacharia 9:16)