11 mei 2020

 

Hervatting kerkdiensten

Op 6 mei jl. is een versoepeling aangekondigd van de maatregelen die de verspreiding van het coronavirus moeten beperken. Ook is daarin genoemd dat vanaf 1 juli in principe weer groepen tot 100 mensen mogen samenkomen, mits de 1,5 meter afstandsregel wordt gehandhaafd. Op dit moment geldt het getal van maximaal 30 personen, ook voor de kerkdiensten. Vanuit de landelijke Protestantse Kerk is in maart geadviseerd om met zo min mogelijk mensen samen te komen. Dat is de regel die we gehanteerd hebben bij de vormgeving van de uitzendingen tot nu toe. Hoe we nu plaatselijk verder gaan, wordt binnenkort besproken. Uiteraard wordt u hierover zo snel mogelijk geïnformeerd.

In telefoongesprekken met gemeenteleden klinkt in deze tijd vaak het verlangen dat ‘alles weer normaal wordt’. En ook dat we weer ‘gewoon’ naar de kerk kunnen. Maar voor de één is kerkgang veel vanzelfsprekender dan voor de ander. Dat roept de vraag op wat ‘kerkgang’ waardevol maakt. En is dat dan specifiek de zondagse (ere)dienst of kunnen we ook van ‘kerkgang’ spreken als we met een groepje thuis samenkomen om het te hebben over de dingen van God? Wat is voor u en voor jou ‘kerk’? Is dat het gebouw waarin we samenkomen om voor God te verschijnen en Hem te eren met liederen en dankzegging? Of is ‘kerk’ de groep mensen die in de naam van de Heer (Kurios) bij elkaar komt om samen te groeien in geloof? Of is ‘kerk’ het grotere (wereldwijde) geheel van mensen die zich verbonden weet met Christus Jezus en die zich door Hem met elkaar laat verbinden?

In de Bijbel vinden we talloze voorbeelden waaruit we kunnen opmaken dat God overal te ontmoeten is. Maar al in het begin van de geschiedenis van het volk Israël wordt een publieke plek aangewezen voor de bijzondere dienst aan God. Eerst is dat de ontmoetingstent, met daarin de ark met verbondstekst en verzoendeksel, en later de tempel. Ook de eerste christengemeenten hielden al snel bijeenkomsten, waarschijnlijk wekelijks. Eerst bij elkaar aan huis, later in huiskerken en grotten, en vanaf de vierde eeuw in speciaal daarvoor gebouwde kerken. Tempel en kerk zijn de openbare plaatsen van godsverering, plaatsen om God te ontmoeten. Zeker in deze tijd waarin breed in de samenleving de gedachte leeft dat godsdienst ‘achter de voordeur’ thuishoort, is het van belang om zichtbaar te maken dat we als christenen samenkomen. Alleen al het houden van samenkomsten in een openbaar en vrij toegankelijk gebouw, is een getuigenis dat de dienst aan God verder reikt dan ons eigen persoonlijke leven. Maar hoe moet het dan, als we straks maximaal 100 toegangskaartjes mogen uitreiken?