18 mei 2020

 

Deze week een extra vrije dag, want donderdag is het Hemelvaartsdag. ‘Hemelvaart’ klinkt heel anders dan ‘ruimtevaart’. Bij ruimtevaart kunnen we ons iets voorstellen. Het gaat daarbij om menselijke activiteit in de ruimte, buiten de aardse dampkring. In 1961 werd de eerste mens in een raket in een baan om de aarde gebracht en in 1969 zette de eerste mens voet op de maan. De ruimte is groot en inmiddels zijn er zelfs ruimtesondes die ‘ons’ sterrenstelsel hebben verlaten. Maar hoe verhoudt ruimtevaart zich tot ‘hemelvaart’?

De beschrijving van opneming van Jezus in de hemel (Handelingen 1:9-11) dateert van zo’n 2000 jaar geleden. In die tijd circuleerden er talrijke andere hemelvaartverhalen, vooral in de Griekse en Romeinse wereld. Het ging dan om historische en mythologische figuren die in de tegenwoordigheid van de goden werden opgenomen. In het Oude Testament is slechts tweemaal sprake van een hemelvaart in de strikte zin van het woord. In Genesis wordt verteld over Henoch: Hij wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen (5:24). En in 2 Koningen wordt verteld over de profeet Elia die onder toeziend oog van zijn opvolger Elisa levend en wel in de hemel werd opgenomen (2:1-18). De opneming van Henoch en Elia markeert hen als bijzonder begenadigde personen, die direct door God in zijn tegenwoordigheid werden opgenomen, zonder te sterven!

Het bijzondere van Jezus is dat Hij – als was Hij een zondig mens – gestorven en begraven is. Na zijn opstanding uit de dood verscheen Hij diverse keren in een ‘andere’ gedaante, je zou kunnen zeggen in een ‘hemels’ lichaam. Niet meer gebonden aan de aardse natuurwetten kon Hij verschijnen en verdwijnen. Tot die laatste keer, toen Hij werd opgenomen in een wolk oftewel in de heerlijkheid van God. Voor de Joden was dat een heel vertrouwd beeld, want al vanaf de uittocht uit Egypte wordt beschreven dat de majesteit van de Heer aan het volk verscheen in een wolk. De hemelvaart van Jezus vraagt dus niet om kennis van de kosmische ruimte, maar om openstelling voor de aanwezigheid van God in onze kosmische werkelijkheid.

11 mei 2020

 

Hervatting kerkdiensten

Op 6 mei jl. is een versoepeling aangekondigd van de maatregelen die de verspreiding van het coronavirus moeten beperken. Ook is daarin genoemd dat vanaf 1 juli in principe weer groepen tot 100 mensen mogen samenkomen, mits de 1,5 meter afstandsregel wordt gehandhaafd. Op dit moment geldt het getal van maximaal 30 personen, ook voor de kerkdiensten. Vanuit de landelijke Protestantse Kerk is in maart geadviseerd om met zo min mogelijk mensen samen te komen. Dat is de regel die we gehanteerd hebben bij de vormgeving van de uitzendingen tot nu toe. Hoe we nu plaatselijk verder gaan, wordt binnenkort besproken. Uiteraard wordt u hierover zo snel mogelijk geïnformeerd.

In telefoongesprekken met gemeenteleden klinkt in deze tijd vaak het verlangen dat ‘alles weer normaal wordt’. En ook dat we weer ‘gewoon’ naar de kerk kunnen. Maar voor de één is kerkgang veel vanzelfsprekender dan voor de ander. Dat roept de vraag op wat ‘kerkgang’ waardevol maakt. En is dat dan specifiek de zondagse (ere)dienst of kunnen we ook van ‘kerkgang’ spreken als we met een groepje thuis samenkomen om het te hebben over de dingen van God? Wat is voor u en voor jou ‘kerk’? Is dat het gebouw waarin we samenkomen om voor God te verschijnen en Hem te eren met liederen en dankzegging? Of is ‘kerk’ de groep mensen die in de naam van de Heer (Kurios) bij elkaar komt om samen te groeien in geloof? Of is ‘kerk’ het grotere (wereldwijde) geheel van mensen die zich verbonden weet met Christus Jezus en die zich door Hem met elkaar laat verbinden?

In de Bijbel vinden we talloze voorbeelden waaruit we kunnen opmaken dat God overal te ontmoeten is. Maar al in het begin van de geschiedenis van het volk Israël wordt een publieke plek aangewezen voor de bijzondere dienst aan God. Eerst is dat de ontmoetingstent, met daarin de ark met verbondstekst en verzoendeksel, en later de tempel. Ook de eerste christengemeenten hielden al snel bijeenkomsten, waarschijnlijk wekelijks. Eerst bij elkaar aan huis, later in huiskerken en grotten, en vanaf de vierde eeuw in speciaal daarvoor gebouwde kerken. Tempel en kerk zijn de openbare plaatsen van godsverering, plaatsen om God te ontmoeten. Zeker in deze tijd waarin breed in de samenleving de gedachte leeft dat godsdienst ‘achter de voordeur’ thuishoort, is het van belang om zichtbaar te maken dat we als christenen samenkomen. Alleen al het houden van samenkomsten in een openbaar en vrij toegankelijk gebouw, is een getuigenis dat de dienst aan God verder reikt dan ons eigen persoonlijke leven. Maar hoe moet het dan, als we straks maximaal 100 toegangskaartjes mogen uitreiken?

4 mei 2020

 

Dodenherdenking en Bevrijdingsdag

Dodenherdenking en Bevrijdingsdag – twee termen die in coronatijd een dubbele betekenis hebben. Want inmiddels zijn er vanaf januari dit jaar wereldwijd een kwart miljoen geregistreerde doden te betreuren en te herdenken als gevolg van besmetting met het coronavirus. Toch komt dit getal lang niet in de buurt van het aantal slachtoffers dat in 1918-1919 wereldwijd viel door de Spaanse Griep; dat waren er zeker 50 miljoen. En als we vandaag stilstaan bij de doden in de Tweede Wereldoorlog, dan gaat het om een totaal van circa 70 miljoen mensen.

Hoe groter de getallen, hoe onpersoonlijker het lijkt te worden. En toch gaat achter elke dode een mensenleven schuil. Vandaag staan we stil bij de miljoenen, voor het overgrote deel Joden, die onder erbarmelijke omstandigheden aan hun einde kwamen in de concentratiekampen. Maar ook bij hen die als militair, verzetsstrijder of burger hun leven verloren in de oorlog. Velen hebben hun leven in de waagschaal gesteld om anderen de vrijheid te hergeven. Maar lang niet iedereen maakte een principiële keuze. Voor burgers was een beloning voor verraad van Joden of andere onderduikers aantrekkelijk, evenals een mooie prijs voor het eigen product op de zwarte markt.

Het vieren van Bevrijdingsdag heeft in het licht van het christelijk geloof alles van doen met het bewustzijn dat leven in vrijheid geen vrijbrief is om maar te doen wat jouzelf het beste uitkomt. Als vrijheid zou betekenen dat jij hele groepen mag voorzien van een negatief stempel of alle regels aan je laars kunt lappen, dan gaat jouw vrijheid ten koste van de vrijheid van anderen. Daarom heeft vrijheid grenzen. Vrijheid houdt op daar waar je de ander schaadt.

Bijbels gezien is vrijheid een permanente zoektocht naar een manier van leven die recht doet aan de opdracht die Jezus ons gaf: God liefhebben met alles wat in ons is en onze naaste als onszelf. Paulus verwijst daarnaar als hij schrijft: Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in ​liefde, want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ (Gal. 5:13v). In coronatijd betekent dit in het bijzonder een stevige oefening in zelfbeheersing!

 

27 april 2020

Koningsdag in corona-tijd

Het Latijnse woord corona betekent krans of kroon. In veel culturen is de kroon één van de meest kenmerkende attributen van de koning. Het plaatsen van een kroon op iemands hoofd (‘kroning’) betekent het begin van zijn koningschap. Toch is dat in Nederland anders. Koning Willem Alexander is in 2013 niet gekroond, maar beëdigd en ingehuldigd in een openbare Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal in de hoofdstad Amsterdam. Dat heeft te maken met de erfopvolging. Onze nieuwe Koning is in functie vanaf het moment dat zijn voorganger overlijdt of troonsafstand doet. Volgens onze Grondwet moet hij daarna wel zo snel mogelijk worden beëdigd en ingehuldigd.

Sinds het uitbreken van de coronacrisis heeft het woord corona voor mij een dubbele betekenis. Als teken van koninklijke waardigheid is het iets moois, maar als naam voor een familie van virussen die de gezondheid van mensen en ook dieren in gevaar brengt, is het iets heel negatiefs. Maar zo’n dubbele betekenis kennen we eigenlijk al veel langer. Denk aan de doornenkroon die de soldaten voor Jezus vlochten. De kroon van doorntakken lijkt op een lauwerkrans. Zo’n krans werd gedragen door koningen, en was een symbool van de overwinning op de vijanden. Maar Jezus kreeg een krans van doorntakken. Dat was natuurlijk het tegenovergestelde van een mooie groene overwinningskrans! Zo kunnen op zich mooie symbolen in hun tegendeel worden gebruikt.

En kan dat dan ook weer andersom? Kan alle ellende die veroorzaakt wordt door het huidige coronavirus ook iets positiefs of goeds in beweging zetten? Duidelijk is dat veel mensen zich meer bewust zijn geworden van het belang van contact met medemensen. De gezelligheid, het samen zijn en het samen dingen doen worden in deze tijd gemist. Dat doet denken aan een uitspraak in het begin van de Bijbel: God, de Heer, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past (Genesis 2:18). Zou één van de leermomenten van de coronacrisis kunnen zijn dat de grote concentratie op het individu weer gaat verschuiven naar het belang van het grotere geheel van de samenleving? Dat we – om het in bijbelse termen te zeggen – samen één kudde vormen, waarvan de schapen ​ zullen fonkelen als edelstenen in een ​kroon? (Zacharia 9:16)

20 april 2020

 

In de afgelopen week hebben we stil gestaan bij de bevrijding van onze provincie, 75 jaar geleden. Leven in vrijheid, het lijkt voor velen van ons zó vanzelfsprekend dat we ons nauwelijks realiseren dat vrijheid reden is voor dankbaarheid. Maar sinds de beperkende maatregelen die ons zijn opgelegd vanwege de dreiging van het coronavirus, merken we hoezeer een bepaalde mate van onvrijheid ons dwingt tot het maken van keuzes.

In deze tijd van herdenken van de bevochten vrijheid is er veel te zien en te lezen over verschrikkingen die mensen hebben meegemaakt in de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Maar ook over hoe het ‘gewone’ leven van veel mensen gewoon doorging. Want er moest wel worden geploegd en brood gebakken, en de fabriek moest wel blijven draaien. Kortom er moest wel geld worden verdiend, want je moet toch zorgen voor levensonderhoud. En dat is waar, maar tegelijkertijd is daarbij de vraag ten koste van wie of wat. Terugkijkend kun je zeggen dat in de oorlog veel mensen zich hebben laten meenemen in een sluipend proces van achterstelling, discriminatie en tenslotte het afvoeren van enorme aantallen mensen, als eerste de Joden, maar ook zigeuners, communisten en homoseksuelen.

Wat mij bezighoudt, is de vraag naar het sluipende proces dat op dit moment gaande is. Het lijkt zo vanzelfsprekend dat we kiezen voor het zo goed mogelijk draaiende houden van de economie, want de cijfers zijn toch al zo ongunstig. Maar waar moeten wij NEE tegen zeggen, zoals eerder bijvoorbeeld bij de Ariërverklaring? Wat speelt in deze tijd achterstelling en discriminatie in de kaart? Kortom, wat zijn de keuzes waar we als christenen in deze tijd van coronacrisis voor staan? Als we trouw willen zijn in de navolging van Jezus, wat moeten we dan doen? De theoloog Bonhoeffer, ter dood gebracht vanwege zijn verzet tegen Hitler, heeft daarover gezegd: Bidden, het goede doen en wachten op God! Laten we dan bidden om de leiding van de Heilige Geest, dat Hij ons helpt om de goede keuzes te maken op de beslissende momenten.

13 april 2020 Tweede Paasdag

 

Het lastige van het leven is dat we het niet in eigen hand hebben, ook al kunnen we veel organiseren, regelen en volop gebruik maken van (medische) kennis en middelen. Het coronavirus bepaalt ons – volgens psychiater Damiaan Denys in een artikel in het NRC/Handelsblad – bij de onhoudbaarheid van de heersende maakbaarheidsopvatting. Terecht wijst hij erop dat niemand zijn eigen leven tot stand heeft gebracht en in die zin er dus ook geen ‘recht’ op heeft. Wel zijn er volgens hem rechten, normen, waarden en consequenties aan het leven verbonden als je het eenmaal hebt gekregen.

Voor mij is dat onlosmakelijk verbonden met het christelijk geloof. Daarin belijden we dat het leven een geschenk is dat we uit de hand van God ontvangen. In Psalm 36:10 staat: Bij U, God, is de bron van het leven, door úw licht zien wij licht. In het Nieuwe Testament staat: God ís licht, in hem is geen spoor van duisternis (1 Johannes 1:5). Deze God is de Vader van Jezus Christus die gezegd heeft: Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft (Johannes 8:12). Niet voor niets zei Hij tegen zijn volgelingen: Jullie zijn het licht in de wereld (Matteüs 5:14).

Laten we dat licht dan ruimte geven. Als eerste in onszelf – bij alle onrust en angst die er misschien ook bij u en jouzelf is. En vooral: laten we het licht van Gods liefde voor de mensen laten schijnen, voor ieder die behoefte heeft aan houvast. Juist in deze tijd waarin het coronavirus rondgaat als een onzichtbaar, maar levensbedreigend gevaar.

6 april 2020

 

Het prachtige voorjaarsweer van deze tijd ervaar ik als een steun in de rug voor ieder die – al dan niet verplicht – zijn of haar tijd binnenshuis, op balkon of in de tuin doorbrengt. Het is natuurlijk veel prettiger als je kunt doen en laten wat wilt. Maar stel je toch voor dat de maatregelen van nu zouden vallen in de winter, met korte, donkere dagen en daarbij ook nog eens veel regen. Hoe zwaar zou dat zijn!

Toch voelt het voor sommigen als een scherp contrast: zulk mooi weer en dan zoveel ellende in de wereld rondom ons. Dat past toch niet! Je kunt je afvragen of we daarmee zeggen dat we lang voorbij hebben gekeken aan de ellende in de wereld. Want die is er al heel lang, ook al is die niet gelijkmatig over de continenten verspreid. Realiseren wij ons dat we in ons land horen bij dat kleine percentage wereldbewoners dat de laatste 75 jaar niet te maken heeft gehad met oorlog, met honger, met onderdrukking van hogerhand of met racisme op grote schaal?

Deze voor velen in de wereld ongekende luxe lijkt door te werken in ons geloofsleven. We zijn er zo aan gewend dat eigenlijk alles wat we willen ook gerealiseerd kan worden, dat we zelfs van God verwachten dat Hij zijn grote liefde voor ons altijd – hier en nu – laat voelen. Als dat eens een poosje anders is, dan voelen we ons leeg en alleen, en kan het zo maar zijn dat we ons afvragen of Hij er werkelijk wel is.

Het beeld van een pastorale God die altijd nabij is en ons een aai over onze bol geeft, heeft zeker zijn basis in de Bijbel. Denk maar aan Psalm 23 over de Goede Herder. Maar kent u ook de Psalm die daaraan voorafgaat? Die begint met de klacht: Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? Woorden die Jezus in de mond nam toen hij op z’n dood wachtte – hangend aan dat lugubere martelwerktuig: het kruis. Was God er toen (even) niet? Of was er geduld nodig, om ons te laten zien dat de ellende die Jezus door mensen werd aangedaan, wel degelijk door God is gezien?

Ja, meer dan dat! In reactie op de ellende die zijn Zoon Jezus is aangedaan, heeft God een ongekende wending tot stand gebracht! Zoals staat in Filippenzen 2: Jezus​ ​Christus​ is ​als mens verschenen, heeft zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het ​kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van ​Jezus​ elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus​ ​Christus​ is ​Heer,’ tot eer van God, de Vader (7-11).

week 14 – 30 maart

Inmiddels zijn de regels van overheidswege flink aangescherpt. De noodzaak om afstand te houden, lijkt ook meer door te dringen. Maar het blijft lastig. Want nu is het bij een ontmoeting eigenlijk niet meer mogelijk om in vertrouwen iets tegen de ander te zeggen. Even iemand apart nemen, buiten gehoorafstand van anderen, lukt niet als je 1,5 meter afstand moet houden en er meer dan twee mensen in één ruimte zijn. En hoe moeilijk zal het zijn voor de mensen met een gehoorbeperking. Telefoneren gaat vaak niet en dichtbij iemand gaan zitten om toch nog een gesprek te voeren, is op dit moment ‘uit den boze’. De stilte zal zich aan hen nog sterker opdringen.

Omzien naar elkaar vraagt op dit moment grote creativiteit. En gelukkig worden er allerlei manieren ontwikkeld en benut om anderen aandacht te geven. Daarbij blijft het van belang om verder te kijken dan de mensen met wie we altijd al contact hadden. Want God, onze redder, wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen. Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens ​Christus​ ​Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen (1 Timoteus 2:4v). Vraag aan God voor wie jij in het bijzonder iets mag betekenen, juist in deze tijd van grote onzekerheid voor veel mensen. Vertrouw daarbij op de leiding van zijn Geest en wees niet bang! Die uitspraak klinkt als een refrein door de Bijbel – van Genesis tot Openbaring. Daarom: wees niet bang, leg ook in deze tijd je hand in die van onze Heer.